Tagarchief: journalist

De muizenissen van mijn dochter – Column Paul Waayers

De dierenliefde van mijn dochter Josephine gaat ver, heel ver. Paardrijden is haar ding, al jaren. Steevast sleept ze de eerste prijzen in de wacht met dressuurwedstrijden wat mij dan weer de uitspraak ontlokt van: “Je gunt die andere kinderen dan ook niks, hè? Ik vind het behoorlijk a-sociaal dat je nooit eens een keer verliest.”
Dan wordt Josephine kwaad en dat is goed. Kinderen moeten wat te klagen hebben over hun ouders. Dat houdt de onderlinge verhouding scherp en goed. 
Josephine heeft echter niet alleen oog voor grote dieren, ook piepkleine wilde muisjes mogen zich in haar aandacht verheugen. Samen met haar vriendin Milu was ze enige tijd vrijwilligster in knaagdierenopvang het Knagertje. Op een goede dag was een wild muisje kennelijk haar moeder kwijtgeraakt en strompelde meewarrig over de betonnen vloer. Josephine en Milu waren verkocht. Dit beestje diende gered te worden van zowel de eenzaamheid als van een wisse dood. Het in leven houden van een piepklein muisje valt nog niet mee. Het beestje diende een week lang met een pipet met roommelk gevoed te worden. Om de drie uur. Dus ook ’s nachts rinkelde de wekker een tweetal malen. Met waterige oogjes namen Milu en Josephine dan de pipet ter hand en voerde het muisje liefdevol. De ontroering verdreef hun slaap moeiteloos. Ik ervoer dat heel anders. Verder dan ‘godverdegogver, gaat die teringkutwekker nu al weer?’ kwam mijn diervriendelijkheid op die nachtelijke momenten niet. Bestraffend keken Josephine en Milu mij dan aan terwijl zij hun pipet-subtiele fouragering van het muizenmaagje voortzette. En verbeeldde ik het mij, of keek het muisje mij eveneens met een afkeurende blik aan? De nacht doet gekke dingen met een mens als die door zijn remslaap heenschiet. 
Aangesterkt door de onmetelijke dierenliefde en de roommelk schoot het muisje op een nacht energiek uit Milu’s handen. En dan blijkt een huis toch wel heel veel verborgen hoekjes te hebben. Na drie uur speuren, het begon al licht te worden, kwam Josephine met een plan. Een schoenendoos, met daartegen een liniaal en een sterk stukje geurende brie. De muis zou de brie ruiken en in een sfeer van: “Ha we eten brie vandaag!” de liniaal oprennen en in een vrije val de schoenendoos inkletteren. Ik vond het een bezopen plan. Maar de volgende ochtend bleek dat het wel werkte. Voldaan lag het muisje te slapen naast een aangeknaagd stukje brie. Ik verbeelde me zelfs dat zijn linkervoorpootje behaaglijk over het muizenbuikje streelde. Josephine heeft nu haar zinnen gezet op een verwaarloosde kat. Ik hou mijn hart vast. Een kat! Die éten toch eh… muizen? Ik woon nu even in een daklozenopvang. Het huis is een tikje te klein voor zoveel dierenliefde en een volwassen vent van 54.

foto van kat ter ondersteuning van de column van Paul
Dierenliefde

Zwerfhond – column door Paul Waayers

In de kleine rugzakauto, zo`n Japannertje waar je niet in stapt maar wat je aantrekt, reed ik gisteravond met vrouw en dochter Josephine van 14 op de achterbank huiswaarts. De regen kwam met herfstachtige bakken uit het nachtelijke zwerk. Het was voor de ruitenwissers, die als driftig zwaaiende babyhandjes heen en weer zwiepten, bijna geen doen om nog behoorlijk zicht te verschaffen op het glinsterende zwarte wegdek. Plots, ter hoogte van de Lutherse Burgwal, een zwarte vierpotige schim op het asfalt. Een grote hond met een zwaar ogende, doorweekte vacht stak plots over. Ik remde en het autootje glibberde over het wegdek gelijk een klontje boter in een hete koekepan. 
”Jezus, pap, kijk uit. Je had `m bijna geraakt!” orakelde de achterbank. 
Terwijl ik, tijdens het weer op koers brengen van het autootje, mijn bloeddruk weer een paar bar terug probeerde te ademen, sjokte de hond doodgemoedereerd verder richting Boterwaag. 
”We moeten hem proberen te vinden en dan meenemen, je kan toch zo`n beest niet in dit weer laten lopen,?” leefde dochterlief mee.

Deze mededeling in combinatie met haar wilskracht deed de bloeddruk weer hydraulisch opjagen. Een even kolossale als kletsnatte hond met mogelijk een onaangepast karakter in de schoendoosformaatachtige ruimte achter de achterbank en bovendien waar moet je met zo`n beest heen? Mee naar huis? Daar geen mand, eten, niks. Verbale creativiteit in combinatie met ijzersterke argumentatie was geboden. Het kon niet, het mocht bij wet niet, misschien was het baasje wel op zoek naar de hond of omgekeerd. We hadden geen vergunning, geen poepzakje, geen hondenbrokken, de cavia zou psychotisch worden, hondenbelasting was mogelijk naheffend onbetaalbaar, etc. En jawel, met deze stortvloed aan zinnige en onzinnige argumenten sloeg ik toch een lek in haar wilskracht. Op de Lijnbaan begon echter bij mij het knagen van het geweten. Ach, zo`n beest moederziel alleen. Met liters ijskoud water samengesponst in zijn vuistdikke vacht waaronder een uitgemergeld hondenlijf. Hongerig. Verlaten. Verdreven Verstoten. Ongewenst. Alleen op de wereld. Hector Malot. Dat werk. En dus reden we terug. De regen kwam nu echt met natte moessonallure naar beneden. In het Westeinde trokken we ons kleine autootje uit. Gelijk de hond waren we in een mum van tijd tot op de draad doorweekt. 
Het beest niet gevonden natuurlijk. Zo`n hond trekt zijn eigen plan. Na een half uur zoeken had de regen ons geweten schoongespoeld. We hadden ons best gedaan. Sommige dingen gebeuren nu eenmaal zoals ze gebeuren. `s-Nachts toch nog geruime tijd wakker gelegen. Waar zou ie nu zijn?

Paul Waayers